Begrippenlijst
Enkele begrippen rondom onderwijs en zorg worden hieronder toegelicht:
Ambulante begeleiding
Regionale Expertisecentra organiseren en bieden ambulante begeleiding aan leerlingen met een rugzakje op een reguliere school. Ambulante begeleiding wordt meestal ingeschakeld om de school te ondersteunen als haar zorgstructuur niet (volledig) aansluit bij de behoeften van de leerling. De ondersteuning kan gericht zijn op de leerkracht, het team en/of de leerling en de ouders, en kan ondermeer inhouden: informeren, adviseren, coachen en ondersteunen.
Soms wordt ambulante begeleiding ingezet om te voorkomen dat de problematiek groter wordt; dit wordt preventieve ambulante begeleiding (PAB) genoemd.
Bij terugplaatsing van een leerling van een speciale school naar een reguliere school is nog één jaar 'terugplaatsings-ambulante-begeleiding' mogelijk (TAB).
AWBZ
De AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) is een volksverzekering voor ziektekostenrisico's. Iedereen die in Nederland woont of werkt is ervoor verzekerd en heeft recht op vergoeding van de AWBZ-zorg. De AWBZ dekt geneeskundige risico's die niet onder de zorgverzekeringen vallen. Op grond van de AWBZ worden bijzondere ziektekosten vergoed, zoals langdurige zorg thuis of opname in een verpleeghuis of gehandicapteninstelling.
Clusterindicatie
Commissies voor de Indicatiestelling (CvI) kunnen kinderen met een handicap of stoornis een beschikking (clusterindicatie) geven. De indeling van de onderwijsclusters is:
cluster 1 - visuele handicap;
cluster 2 - gehoor-, taal- en/of spraakproblemen;
cluster 3 - verstandelijke en/of lichamelijke handicap;
cluster 4 - psychiatrische of gedragsstoornissen.
Handelingsplan
Alle leerlingen op speciale scholen en alle leerlingen met een rugzak op een reguliere school, moeten een handelingsplan hebben. Dit is verplicht.
In het handelingsplan moet worden vastgelegd wat de school zal doen om de benodigde onderwijsaanpassingen voor de zorgleerling te realiseren. Het handelingsplan wordt in overleg met de ouders samengesteld. Bij akkoordbevinding wordt het door de school en de ouders ondertekend, en liefst ook door de ambulant begeleider.
Meer informatie staat in de brochure 'Handvat voor een handelingsplan'. Deze kan besteld worden bij de Federatie van Ouderverenigingen (030-2363767) of bij de CG-Raad (030-2916650).
Herstart
Herstart is een project van de WEC-Raad. Het doel is leerplichtige kinderen die langer dan 4 weken thuis zitten, nog geen indicatie hebben van een CvI en nog niet met een procedure daarvoor bezig zijn, weer onderwijs te laten volgen.
Herindicatie
Een indicatiebeschikking is meestal drie of vier jaar geldig. De geldigheid blijft in die periode van kracht, ook als de leerling van school verandert, bijvoorbeeld bij de overgang van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs, of bij wisseling van een speciale school naar een reguliere school (met een rugzak) of andersom. Voordat de geldigheidstermijn verloopt, vragen de ouders de herindicatie aan, in overleg met de school en de ambulant begeleider.
Kwalificatieplicht
In augustus 2007 is de leerplicht aangepast. Sindsdien geldt de kwalificatieplicht. Dit houdt in dat jongeren minimaal leerplichtig zijn tot het einde van het schooljaar waarin zij 16 jaar worden; als zij dan nog geen startkwalificatie hebben (een MBO- HAVO of VWO-diploma) zijn zij verplicht tot hun 18e een opleiding te volgen waarmee zij zo'n diploma kunnen behalen. Jongeren van 16 en 17 jaar die liever met hun handen werken hoeven niet vijf dagen per week naar school te gaan. Zij kunnen hun startkwalificatie ook halen door het volgen van een werk-leertraject.
Last-resort onderwijs
Jonggehandicapten kunnen, als zij een wajong-uitkering hebben, een beroep doen op last-resort onderwijs. Het gaat dan om zieke of gehandicapte leerlingen die niet in staat zijn deel te nemen aan reguliere scholing of opleiding, omdat de scholen voor regulier of speciaal onderwijs niet de benodigde materiële of onderwijskundige aanpassingen kunnen bieden. Met deze regeling kan een op maat gemaakt integraal aanbod van scholing, zorg, reïntegratie en arbeidsbemiddeling gerealiseerd worden.
Leerlingenvervoer
Leerlingen met een beperking, die geen gebruik kunnen maken van eigen of openbaar vervoer, kunnen onder voorwaarden recht hebben op leerlingenvervoer. Leerlingenvervoer kan worden aangevraagd in de gemeente waar de leerling woont. De voorwaarden zijn vastgelegd in een verordening leerlingenvervoer. Iedere gemeente heeft haar eigen verordening leerlingenvervoer, waardoor de regels en voorwaarden per gemeente kunnen verschillen.
Leerwegondersteunend onderwijs (LWOO)
Het leerwegondersteunend onderwijs (LWOO) is bedoeld voor leerlingen die alleen met extra ondersteuning in staat worden geacht een VMBO-diploma te behalen. Soms zitten de leerlingen met leerwegondersteuning in aparte klassen, maar dat hoeft niet. In ieder geval volgen zij hetzelfde programma als in de reguliere leerwegen, maar dan met ondersteuning.
De toelaatbaarheid tot het LWOO wordt, evenals bij het praktijkonderwijs (PRO), beoordeeld door een regionale Verwijzingscommissie (RVC-VO) aan de hand van toelatingscriteria die de overheid heeft opgesteld. De school voor voortgezet onderwijs moet daartoe een verzoek doen.
LGF (rugzakfinanciering)
Leerlinggebonden financiering (LGF, ook rugzak genoemd) is extra geld voor leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs, die door hun handicap, ernstige gedragsstoornis of psychisch probleem meer begeleiding nodig hebben. Ouders en leerlingen kunnen zelf kiezen welke soort onderwijs zij wensen: regulier met een rugzak of speciaal. Om in aanmerking te komen voor LGF moet de leerling een clusterindicatie hebben. Regionale Expertisecentra (REC) verzorgen de indicatiestelling via de onafhankelijke Commissie voor de Indicatiestelling (CvI).
Op de rails
Op de Rails is een project voor leerlingen met ernstige gedragsproblemen in het regulier onderwijs, die de veiligheid op school in gevaar brengen en om die reden niet meer te handhaven zijn op school. Het is bedoeld voor leerlingen van 10 jaar en ouder zonder een clusterindicatie.
Het project richt zich niet alleen op onderwijs, maar ook op gedragsregulatie en het aanleren van sociale vaardigheden. Er is veel persoonlijke aandacht en er wordt gewerkt met duidelijke regels en afspraken. Als het programma succesvol is doorlopen, wordt voor de leerling een passende reguliere school gezocht. Dat kan de school van herkomst zijn. Mocht tijdens het programma blijken dat speciaal onderwijs beter past bij de leerling, dan wordt een clusterindicatie aangevraagd.
Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL)
Een Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) is een door de Wet op het primair onderwijs ingestelde commissie die op aanvraag van de ouders bepaalt of plaatsing van een leerling op een speciale school voor basisonderwijs (SBAO) noodzakelijk is. PCL's worden vaak geadviseerd door adviesteams, zoals de adviescommissies leerlingenzorg, de zorgadviesteams of het leerling-loket. Een PCL beslist alleen over toelaatbaarheid, niet over toelating. De schoolleiding van de speciale school voor basisonderwijs beslist uiteindelijk over de toelating.
Als ouders het niet eens zijn met een beslissing van de PCL kunnen zij een bezwaarschrift indienen. De PCL vraagt, voordat zij een beslissing op het bezwaarschrift neemt, advies aan een Regionale Verwijzingscommissie.
Praktijkonderwijs (PRO)
Praktijkonderwijs (PRO) is bedoeld voor leerlingen van wie verwacht wordt dat zij niet in staat zijn om een regulier VMBO-diploma te behalen, ook niet met extra ondersteuning (LWOO). Het PRO leidt op tot arbeid. De toelaatbaarheid tot het PRO wordt, evenals bij het LWOO, beoordeeld door een Regionale Verwijzingscommissie (RVC-VO) aan de hand van criteria die door de overheid zijn opgesteld.



