Werkwijze

Van initiatief tot een Onderwijsconsulenten+-project (OC+-project)
Het initiatief voor een project tot het oplossen van structurele problematiek kan uitgaan van de onderwijsconsulenten zelf. Als zij met verschillende instanties praten om het probleem van één leerling op te lossen, kan blijken dat met een andere manier van samenwerking veel méér leerlingen in de regio geholpen zouden zijn. Verzoeken voor een projectmatige aanpak van problematiek kunnen ook komen van ouder-, onderwijs-  en/of zorgorganisaties.

Samen met de projectleider OC+ onderzoekt een onderwijsconsulent+ de wenselijkheid en noodzaak van de voorgestelde structurele oplossing. De OC+ schrijft een vraaggericht projectvoorstel met een begroting en stappenplan. Het voorstel wordt ter goedkeuring aan het bestuur van Onderwijsconsulenten(+) voorgelegd, dat de aanvraag op basis van een aantal criteria beoordeelt.

Bij een positieve beslissing worden de werkzaamheden van de OC+ en eventuele faciliteringskosten door het bestuur gefinancierd. Het gaat daarbij om incidentele kosten voor activiteiten in de voorbereidingsfase van een project. Deze activiteiten kunnen zijn:

  • voorlichting (PR, voorlichtingsbijeenkomsten, folders, flyers);
  • instrumentontwikkeling;
  • het inhuren van adviserende deskundigen;
  • een vergoeding van kosten voor training, coaching, workshops of andere scholingsmogelijkheden;
  • vergaderkosten;
  • steun van derden bij het analyseren c.q. rapporteren van bevindingen van de OC+, etc.

Het projectplan bevat een analyse van de doelgroep, een beschrijving van doelstelling en criteria, en een inschatting van slaagkansen en risico's. Hiervoor is een format ontwikkeld. Het plan dient aan het begin van het project als discussiedocument. Het maakt meteen duidelijk wat men wil, voor wie, met wie, wanneer, waar en hoe.

De loop van het OC+-project
De onderwijsconsulent+ brengt de partijen samen en bewaakt het voortgangsproces. Hij of zij plant regelmatig bijeenkomsten. In het begin zorgt de onderwijsconsulent voor de agenda en de verslaglegging.

Een eerste doel is een plan, of een opzet daartoe. Als de deelnemende onderwijs- en zorgorganisaties daarmee akkoord gaan, kan een intentieverklaring opgesteld worden. Daarin spreken alle partijen zich uit over hun voornemen mee te doen aan het project. Zij verklaren zich bereid zich maximaal in te spannen om de doelstellingen te bereiken. Met een intentieverklaring spreken de partners af gezamenlijk de mogelijkheden te onderzoeken om tot de uitwerking van het projectvoorstel te komen. Daarbij geldt: 'een verloving kun je altijd nog verbreken'.

Dan stellen de deelnemende partners zo snel mogelijk een projectleider voor de projectgroep aan. De projectleider is de bindende factor in het voorbereidingstraject, en speelt een cruciale rol bij de implementatie van het project.

De projectgroep verdeelt de projectwerkzaamheden, door werk- of stuurgroepen in het leven te roepen. Deze houden zich bezig met deelonderwerpen, bijvoorbeeld versnelde indicatieprocedures, financiële vraagstukken, onderwijsinhoudelijke zaken, huisvesting en zorgtrajecten.

Voor de financiering van het (uiteindelijke) samenwerkingsproject moeten de deelnemende partijen zelf zorgen. De mogelijkheden verschillen per project, maar gedacht kan worden aan het samenvoegen van rugzakmiddelen van de leerlingen en/of de inzet van PGB's voor ondersteunende begeleiding.

Een belangrijk aspect van de projecten is een goede en voortdurende voorlichting. Er worden bijeenkomsten georganiseerd om ouders, de regio en de politiek te informeren over de ontwikkelingen.

Als alle voorbereidende projectwerkzaamheden zijn afgerond en tot in detail duidelijk is hoe de voorzieningen, uitvoering en continuïteit gerealiseerd en gewaarborgd zullen worden, wordt de definitieve samenwerkingsovereenkomst opgesteld en getekend. In de overeenkomst staan alle afspraken, taken en verantwoordelijkheden. De samenwerking dient een aantal jaren te duren, maar is bij voorkeur structureel, met garanties voor middelen en rapportage. De partijen van het samenwerkingsproject zijn zelf verantwoordelijk voor de (eind)rapportage van het project, die inhoudelijk ingaat op de implementatie en het verloop, de knelpunten, de oorzaken van de knelpunten, de financiering, maar vooral ook op de behaalde resultaten.

Zodra een samenwerkingsovereenkomst getekend is door alle partijen en er een project- of stuurgroep is onder leiding van een projectleider, trekt de OC+ zich terug uit het project.

De rol van de onderwijsconsulent+
De onderwijsconsulent+ is de initiator, de procesbegeleider, bruggenbouwer en zo nodig 'aanjager' van het project. Hij of zij is onafhankelijk en onpartijdig. Onderwijsconsulenten+ zijn vooral in staat partijen te mobiliseren, te inspireren, te enthousiasmeren en op weg te helpen.

De onderwijsconsulenten+ maken deel uit van het netwerk van onderwijsconsulenten. Zij benutten optimaal hun onafhankelijke positie, hun grote expertise en hun uitgebreide netwerk in het onderwijsveld en daarbuiten, zoals het zorgveld en externe hulpverleningsmogelijkheden.

Tot het aantreden van een projectleider kan de OC+ tijdelijk de bijeenkomsten van de projectgroep (of stuurgroep, expertgroep) voorbereiden, en leiding of ondersteuning geven op basis van een activiteitenplan. Zo nodig onderhoudt de OC+ als vertegenwoordiger van de projectgroep ook externe contacten en stelt hij of zij een intentieverklaring op. De OC+ brengt en houdt de verantwoordelijke partijen in beweging in de richting van de beoogde doelstelling. De OC+ faciliteert het overleg tussen partijen, zonder zelf partij bij het samenwerkingsproject te zijn; in feite is de OC+ een intermediair. Het is niet de bedoeling dat de OC+ de taken van de deelnemers overneemt.

Na ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst is het 'OC+-project' afgerond; het is dan helemaal in handen van de betrokken onderwijs- en zorgpartners. De onderwijsconsulent+ schrijft een evaluatieverslag en rapporteert daarmee aan het bestuur over de gevolgde aanpak, de ondersteuningswerkzaamheden, het resultaat daarvan en de inzet van de partijen.

Kennisoverdracht
Een van de criteria voor het opzetten van een OC+-project is de overdraagbaarheid: 'hergebruik' van kennis en ervaring. Daarmee wordt voorkomen dat men in andere regio's het wiel weer helemaal zelf moet uitvinden. Natuurlijk kunnen (regionale) omstandigheden en samenwerkingspartners verschillen, maar men kan lering trekken uit de successen en aandachtspunten van de OC+-projecten.

De model-overeenkomsten en werkwijzers van de OC+-projecten kunt u vinden onder Publicaties.