Schorsing en verwijdering (thuiszitters)
Onderwijsconsulenten zien een verontrustende groei van het aantal geïndiceerde leerlingen dat met schorsing en verwijdering te maken krijgt.
Schorsing en verwijdering is aan regels gebonden (klik hier voor de procedure in het primair onderwijs, en hier voor de procedure in het voortgezet onderwijs). Deze worden niet altijd nageleefd. Steeds vaker gaan scholen over tot een zogenaamde 'interne schorsing', vooral bij ongewenst gedrag van een leerling. Scholen zeggen bijvoorbeeld: 'Ga maar naar huis, dan zien we je morgen wel weer.' Deze schorsingen worden niet formeel gemeld, zoals wel zou moeten.
Scholen zijn verplicht schorsing en het voornemen om een leerling te verwijderen te melden bij de onderwijsinspecteur. Zij moeten de inspecteur op de hoogte houden van de voortgang rond het zoeken naar een andere school als de leerling thuis zit.
Een leerplichtig kind in Nederland moet altijd op een school zijn ingeschreven. Een school die een leerling wil verwijderen moet dus een andere school vinden die de leerling aanneemt, en wel binnen acht weken. De school blijft verantwoordelijk. Zij mag de leerling niet uitschrijven zolang zij niet in het bezit is van een bewijs van inschrijving van een andere school voor de leerling. Dus ook als de school er binnen acht weken niet in geslaagd is om een andere school bereid te vinden het kind in te schrijven, mag zij niet uitschrijven!
Onderwijsconsulenten proberen te voorkomen dat leerlingen langdurig thuis komen te zitten. Zij adviseren scholen over maatregelen die kunnen helpen om de leerling op school te houden. Eventueel verwijzen zij naar projecten als Op de Rails of Rebound. Voor leerlingen die inmiddels thuis zitten bespreken zij met de ouders alternatieve leermogelijkheden, zoals thuis huiswerk maken, digitaal onderwijs of particulier onderwijs.
Onderwijsconsulenten helpen óók leerlingen die (nog) geen indicatie hebben, maar langer dan 4 weken thuis zitten.



