Werkwijze
Ieder kind, iedere situatie en iedere school is anders. Er zijn dus geen standaardoplossingen voor de problematiek waar de onderwijsconsulenten mee te maken krijgen. Er is wel een vast uitgangspunt: het belang van de leerling staat voorop!
De onderwijsconsulenten werken volgens een protocol. Daarin staat onder meer dat onderwijsconsulenten zich onafhankelijk en neutraal opstellen.
Een onderwijsconsulent krijgt de gegevens van de aanmelding door van het bureau. Het bureau heeft bepaald wat het adviseringstraject wordt: een 'minitraject' of een 'gewoon' traject. Het verschil is het aantal uren dat een onderwijsconsulent aan de problematiek kan besteden.
De minitrajecten zijn een paar jaar geleden ingevoerd. Toen bleek dat ouders soms al met kortdurende ondersteuning geholpen kunnen zijn: een paar telefoontjes of één gesprek kan dan voldoende zijn om net dat éne duwtje in de goede richting te geven.
Een gewone casus vraag meer tijd. De onderwijsconsulent neemt contact op met de ouders en laat zich tijdens een huisbezoek informeren over de ervaren problemen. In overleg met de ouders voert de onderwijsconsulent daarna een of meer gesprekken met de school of scholen. Zo nodig worden ook betrokken hulpverleners benaderd, of instanties als de Inspectie van het Onderwijs of een leerplichtambtenaar.
De onderwijsconsulenten beschikken over een groot netwerk van instellingen met speciale expertise op het gebied van zorg- en hulpverlening. Zij zullen daar in voorkomende gevallen een beroep op doen. Zo is er regelmatig contact met bijvoorbeeld de zorgconsulenten van MEE (voorheen Sociaal Pedagogische Dienst), consulenten van het Centrum voor Consultatie (CCE), de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ), Bureau Jeugdzorg, de Raad voor de Kinderbescherming en plaatselijke of regionale instellingen.
Na een grondige inventarisatie en analyse van de problematiek onderzoekt de onderwijsconsulent al dan niet in samenwerking met andere instellingen welke oplossingen mogelijk zijn. Hij of zij brengt hierover een niet-bindend advies uit. Het advies wordt aan de ouders en de school gestuurd. Met het uitbrengen van het advies wordt het adviestraject afgesloten.
Een half jaar na het advies van de onderwijsconsulent ontvangen ouders en scholen een vragenlijst. Daarin kunnen zij aangeven of zij vinden dat de begeleiding door de onderwijsconsulent geslaagd is. De antwoorden op de vragen worden (geanonimiseerd) gebruikt voor rapportage aan het ministerie van OCW.
Als zich na afsluiting van het adviestraject weer problemen voordoen, begint de procedure opnieuw. U neemt dan in eerste instantie contact op met de intakemedewerkers van het bureau.



