Achtergrond

Sinds 1 augustus 2003 is de Wet Leerling Gebonden Financiering (LGF) van kracht. Deze wet biedt ouders van een leerling met een indicatie meer keuze om een passende school voor hun kind te vinden. Dat kan een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs zijn, maar ook een reguliere school. Kiezen ouders voor regulier onderwijs, dan krijgt het kind een zogenaamd rugzakje mee. Met de gelden uit het rugzakje kan de school extra onderwijsondersteuning krijgen of aangepaste onderwijsmiddelen aanschaffen.

Er zijn meer dan 100.000 kinderen met een indicatie. Ruim 30.000 van hen hebben een rugzakje. Gelukkig gaat het de meeste gevallen goed met het onderwijs aan deze leerlingen. Voor een (groeiend) aantal rugzakleerlingen en hun ouders geldt dat niet. Zij krijgen bijvoorbeeld te maken met problemen rond schoolplaatsing, schorsing, verwijdering, onenigheid over het handelingsplan of conflicten over de besteding van de rugzakgelden.

Om ouders én scholen bij te staan bij deze vraagstukken rond de LGF, heeft het ministerie van OCW de Onderwijsconsulenten ingesteld (zie ook Historie).